Ontwikkelingsproblemen

Problemen kunnen de spraakontwikkeling remmen.

Als een kind vanaf de geboorte een achterstand heeft in de ontwikkeling, zal het praten doorgaans moeizaam op gang komen. Belangrijk bij deze kinderen is dat eerst de motorische ontwikkeling (het bewegen) wordt gestimuleerd. Als het kind aan praten toe is zal extra geduld en aandacht nodig zijn. De Spraakvorming kan in deze situatie ondersteuning bieden.

Spraakproblemen kunnen in de kleuterleeftijd ontstaan.

Lijkt de ontwikkeling tot die tijd goed te verlopen, dan kan de ouder of leraar verrast worden door problemen met het uitspreken van bepaalde letters, een hese stem, stamelen of stotteren. Zoals alle ontwikkeling met toppen en dalen verloopt, is dit vaak een moeilijke fase bij een kind. Met extra aandacht – maar niet gefixeerd op het spraakprobleem – kan een kind op natuurlijke wijze hier overheen groeien. De Spraakvormer adviseert en oefent zo nodig met kind en ouder samen bewegingsspelletjes, rijmpjes en (voor)lezen. Hierbij gaat het om ondersteuning van het natuurlijke ontwikkelingsproces.

Hoe ouder een kind hoe zelfstandiger het kan oefenen.

Is er een blijvende spraakstoornis, dan is het goed dit niet te lang te laten liggen. De Spraakvorming werkt met oefeningen die bij de diverse leeftijden passen, en meestal doen kinderen deze oefeningen graag. De spraakoefeningen worden ook nu gecombineerd met beweging die het spreken stimuleren, zoals bal gooien, gebaren maken, ritmisch lopen en klappen.

Spraakvorming kan ook ondersteunende hulp bieden bij andere ontwikkelingsvragen.

Een kind dat geremd is, onzeker of angstig, kan met Spraakvorming zelfvertrouwen opbouwen. Ook kinderen die onrustig, overactief of vermoeid zijn, of kampen met slaapproblemen, hebben baat bij ondersteuning met Spraakvorming. (Zie Therapie voor kinderen)